index --- bio/bibliografie --- gedichten --- recensies --- interviews --- contact --- gastdichters
Mark Meekers

Meekers werd in 1939 geboren in
Blaasveld, provincie Antwerpen. Hij volgde Grieks-Latijnse humaniora aan
het Sint-Jan Berchmanscollege in Antwerpen, studeerde Wijsbegeerte en Letteren
aan de Universiteit Leuven (magna cum laude). Hij koos na kortstondig
wetenschappelijk onderzoek voor een loopbaan in het onderwijs waar hij
geschiedenis en esthetica doceerde. Meekers is reeds jaren redacteur van tal van
tijdschriften, jureert in poëziewedstrijden en trad op voor radio en televisie
en op literaire
manifestaties (o.a. het Europees Poëziefestival). Hij is stichter en tot op
heden voorzitter van het dichterscollectief Mengmettaal (1991). Hij publiceerde
in bloemlezingen en handboeken voor het onderwijs, stelde meerdere
verzamelbundels samen, schreef een roman, essays over literatuur en beeldende
kunst en korte verhalen. Vooral het beeldgedicht draagt zijn voorkeur weg. Vijf
van de vijftien poëziebundels die hij publiceerde zijn gewijd aan het leven en
het werk van kunstenaars: Van Gogh, Camille Claudel, Rembrandt, Gauguin en
Constantin Meunier. Hij publiceerde in tal van literaire tijdschriften, kranten
en magazines. Zijn literair werk werd meer dan 100 maal bekroond in Vlaanderen
en Nederland.
Meekers is eveneens actief als beeldend kunstenaar onder zijn echte naam Marcel
Rademakers. Hij pionierde op het vlak van de visuele poëzie, sloeg met zijn
beeldgedichten en beeldpoëmen een brug tussen gedicht en beeldende kunst. Hij
werd meermaals bekroond voor zijn ironische tekeningen en 'sculptoons'. Hij was
mede-initiator van de internationale groep LUMEN NUMEN (Antwerpen, 1967) en
stichter van de internationale groep FUSION, artistes peintres du Sud-Ouest
(Frankrijk, 1985). Hield tentoonstellingen in België, Nederland en Frankrijk.
Nam deel aan vele groepsexposities in binnen- en buitenland. Hij schreef essays
over schilder- en beeldhouwkunst en leidde het werk van diverse artiesten in.
"Mark Meekers is de Ensor van het woord" (Gerda de Preter / Tweebronnen)
"Ik overdrijf niet als ik stel dat in ons taalgebied weinig poëzie geschreven is die even mooi en expressief het werk van een plastisch kunstenaar tot leven brengt..."
(Poëziekrant)
Mijn eerste
ontmoeting met Mark Meekers was vorig jaar tijdens de 30e editie van
de Guido Wulmsprijs, de jaarlijkse poëzieprijs van de stad Sint-Truiden,
Vlaanderen. Deze speciale editie gaf de laureaten van 2005 en die van weleer de
mogelijkheid elkaar in een bijzondere setting te spreken. Meekers won de prijs
vijf jaar eerder dan ik, met zijn prachtige gedicht
Vaderhuis,
in 1999.
VADERHUIS
overgenomen van een ongehuwde juffrouw.
te pakhuis om publiek te veilen.
stemmen achter het behang, de goede
koude tijd, overwonnen met kachelhoutjes
en antraciet, foto's met altijd open ogen.
plafonds, hoog als hoofdletters, met stuc-
werk: versailles in een arbeiderswoning.
noem het heimwee of reservoir van tijd.
hoe het licht zich omkleedde in de slaap-
kamers, winters in de ruiten tuinierden,
de schaar couponnetjes van tabacofina knipte.
wij waren druk bezig niets tekort te komen.
het valt niet mee het gewicht van het bestaan
te verleggen van ginder naar een kamer hier.
het verleden staat als een berg in de weg.
verkoop het uit de hand voor het kilt.
© 1999 Mark Meekers
Toen ik hem later van mijn plannen op de hoogte stelde om collega's aan het woord te laten op mijn website, wilde hij graag zijn medewerking verlenen. Mark Meekers koos voor het volgende gedicht.
FLORA
de bloemen die ik voor je schilder zijn uniek
als vingers. ze vlechten een krans
om je hoofd, spreken met de verve van dode
dichters. van je vermiljoenen lippen ben ik
de vermiljonair. er is lente in je schoot
geworpen, je bent dodelijk volmaakt, godin
met gezicht en gestalte van mijn geliefde.
een tulp aan je slaap luistert gedachten af.
je steekt duizelende kaarsen in mij aan.
rijg mij in je keurslijf. ik schilder een kleed o-
ver je lenden zoals slechts één hollandse vrouw
heeft gedragen, van goudglans geweven.
maar mooier ben je met enkel je lichaam om
het lijf. wij zullen, met vier benen ontwaken
(wat gedeeld was heeft zich vermenigvuldigd
in de slaap). straks wordt heup: hoop en wieg.
©
1999 Mark Meekers
(pseudoniem van Marcel Rademakers)
In een interview dat ik met hem had, stelde ik Mark Meekers de volgende vragen:
Het gedicht ‘Flora’ is een
Rembrandt-gedicht (ter gelegenheid van het Rembrandt-jaar). U schreef het bij
het schilderij "Saskia als Flora" (1634). Het bevindt zich in de Hermitage in
Sint-Petersburg. Wat kunt u ons vertellen over de ontstaansgeschiedenis van dit
gedicht?
Het gedicht komt uit de bundel "Feesten van Licht" (1999), waarin het leven en het werk van Rembrandt (1666-1669) worden geëvoceerd in 37 gedichten. Ik kies een beeldend kunstenaar als onderwerp van mijn gedichten als ik mij er verwant mee weet. Belangrijk is eveneens dat het publiek de schilder / beeldhouwer reeds kent, zodat je niet alles meer moet verklaren en je kunt refereren aan gekende ideeën en situaties. De kunstenaar is iemand waarin ik bepaalde facetten van mezelf terugvind, zodat ik me in hem kan inleven. Als ik dus over Rembrandt praat, spreek ik in zekere zin ook over mezelf, het ontslaat me ervan om als een poëtisch exhibitionist mezelf direct in de eerste persoon tentoon te stellen. Ik bestudeer grondig zijn werk in kunstboeken en ga vooral de confrontatie aan met schilderijen en tekeningen in musea en collecties, tracht zoveel mogelijk studies te lezen zodat ik hem ook historisch correct kan situeren. Het gedicht wordt geactualiseerd verleden (vanuit het standpunt van Rembrandt) of een zoektocht naar geestelijke roots (vanuit het standpunt van de dichter). Ik kies relevante werken of belangrijke momenten uit het leven van de artiest-en-mens en ideeën / emoties, die ik belangrijk vind. Het Flora-gedicht is een interpretatie van een schilderij waarop Rembrandts eerste liefje en vrouw poseert als Flora, godin van de lente en de liefde. Ik vind het een heerlijk doek: het is een liefdesverklaring in verf en voor de dichter anno nu een middel om een liefdesgedicht over Saskia te schrijven, dat geladen is met zíjn amoureuze energie. Gedurende maanden/jaren bekijk ik, ausculteer het doek en noteer mijn poëtische invallen daarbij en tracht het wezenlijke van het schilderij te vertalen in woorden, zodat een parallel kunstwerk ontstaat. Wanneer ik vijf à tien pagina's poëtische grondstof heb, begint de compositorische fase, waarbij ik verschillende versies uitprobeer om uiteindelijk die versie te selecteren, die het meest adequaat mijn inzichten en aanvoelen verwoordt.
U publiceerde uw eerste bundel in 1968
in eigen beheer. Toch verscheen u pas in 1984 bij een uitgever. Daarna volgden
de publicaties elkaar in een snel tempo op. Ook werd uw werk vanaf die tijd keer
op keer bekroond en noemde men u in Nederland op gegeven moment ook wel "Meest
bekroonde Vlaamse dichter van de laatste tien jaar". Hoe verklaart u dit
plotselinge succes, en vindt u achteraf niet dat u eerder had moeten publiceren?
Als ik goed geïnformeerd ben, publiceerde ik mijn eerste bundel niet in 1968, maar tien jaar voordien. De kloof tussen deze eerste en de tweede publicatie is dus nog groter. Ik ben altijd blijven schrijven en er liggen nog stapels in kaften en kasten te wachten om geopenbaard te worden. Ik twijfelde toen aan mezelf en aan de kwaliteit en die twijfel was zo groot dat ik niet meer tot publiceren kwam. Op een gegeven moment vond ik mezelf, maar dan het meest universele "mezelf", toch wel de moeite om hem het woord te geven. Al die jaren ben ik ook met andere vormen van poëzie bezig geweest: ik schreef tekst en muziek voor chansons, trad ermee op (leerde het belang van vorm, timing en ritme kennen) en bouwde een "carrière" als beeldend kunstenaar uit. Ik zal mijn oude literaire producten nog eens moeten herlezen als ik creatief geen dringender bezigheden heb, om een waardeoordeel te vellen en dan zal ik kunnen zeggen of ik eerder had moeten publiceren. Het plotselinge succes kan ik niet verklaren. Wat was het treffende in wat ik schreef, dat mensen lectoren en juryleden ertoe overhaalden om mij te publiceren en te bekronen? Ik zou blij zijn mocht dat een zekere authenticiteit zijn, een eigen stem, geïmpregneerd door die andere kunstvormen.
U studeerde Wijsbegeerte en Letteren (Moderne Geschiedenis) aan de K.U. Leuven. U doceerde esthetica en geschiedenis. Daarnaast hield u contact met het literaire milieu, o.a. door uw medewerking te verlenen aan tal van tijdschriften - Labrys, Adriaan Peel en de Muze om er enkele te noemen. Reflecterend aan uw achtergrond als filosoof vroeg ik me af, of u een balans hebt gekend tussen uw werk als docent en uw kunstenaarschap. Was er bijvoorbeeld sprake van een kruisbestuiving, of hebt u wellicht ooit een woekering met tijd ervaren, bijvoorbeeld toen u doceerde, een conflict dat vruchtbaar was voor uw dichterschap? Ik kan de vraag nog anders stellen: dichtte u in uw vrije tijd, of is het zo dat u zeggingskracht ontleende aan de Wijsbegeerte?
Inderdaad, maar even een correctie: ik werkte nooit mee aan Labrys, kende wel Lucienne Stassaert, die bijvoorbeeld een tiental gedichten naar het Frans vertaalde (voor een misgelopen publicatie in Parijs van een verzamelbundel van Nederlandstalige numineuze poëzie). Ook Leon Van Essche ontmoette ik geregeld en vond hem een zeer boeiende literair-vernieuwende figuur, verder waren er de dichtende schilders van de diverse kunstenaarsgroeperingen waarvan ik deel uitmaakte, die volop aan het "nieuwwoorden" waren (K.Bert). Ik leidde inderdaad ook een poëzieavond in de Muze in en uit. In het algemeen hield ik me vrij afzijdig omdat ik geen echte metgezellen in hetzelfde poëtische spoor vond. Er is natuurlijk een beïnvloeding tussen de filosofisch getinte leerstof en wat je daarover leest. Maar kunst is wat anders, daarin moet je die eerder logische, cerebrale instelling verlaten om die wereld tastbaar te maken, als handwerk maar ook inhoudelijk in/aanvoelbaar. Kunst is een liefdesverklaring die je totaal engageert, waarbij je op het moment van de creatie tot het uiterste van jezelf gaat en je dus vlug het idee krijgt dat je zoniet de enige dan toch de beste kunstenaar aller tijden en natuurlijk ook van het heelal bent. Een wetenschappelijk standpunt staat hier diametraal tegenover: je moet objectiveren, onpartijdig zijn, buiten je onderwerp staan, op de eerste plaats je ratio inschakelen, niet de holistische mens aanspreken, die in een kunstwerk aan het woord / de klank / het beeld komt. Mijn werk heeft mijn algemene beschouwende, meditatieve, verwonderende instelling versterkt of bevestigd. Dichten doe je de ganse dag en nacht, papiertjes in de pocket en naast het bed, bevestigen dit. Je loopt met een gedicht elke minuut rond en het is verbazingwekkend welke vondsten en formuleringen er uit dat kastje in je onder-/bovenbewustzijn kunnen komen, zogezegd, gratis geschenken van de goden. Ik ben een amateur-schilder, een amateur-dichter -maar dat had je reeds gemerkt- in de zin die een Paul Cézanne daaraan gaf: iemand die met liefde, voluit creatief is, de job doet, zonder altijd diezelfde zoete broodjes te moeten bakken, die artistieke / poëtische merknaam alle eer aan te moeten doen. Je kunt toch niet verwachten dat een kunstenaar een beroepsminnaar zou zijn. Neen, het is vrije liefde of niets.
Voor u als kunstenaar is er sprake van een ‘tweelingschap’ dat mij
fascineert. Want naast uw succesvolle activiteiten als literator bent u een
begenadigd beeldend kunstenaar. Uw ‘andere talent’ ging de kant van de
schilderkunst in. Gerda de Preter stelde in Tweebronnen dat poëzie en
schilderkunst bij u communicerende vaten zijn.
Ik herken dit gevoel, ben behalve als schrijver en vertaler zeer ambitieus
geweest als pianist, ik schreef en arrangeerde muziek. De volgende vraag is niet
fair, ik stel hem u desondanks en vanuit dit gevoel: bent u meer schilder of
schrijver?
Laat mij even unfair antwoorden: ik begrijp die vraag niet. Is "meer" hier
een kwantitatief begrip? Ik hecht meer belang aan kwalitatieve kenmerken en
criteria. Ik kan geen appelen met citroenen vergelijken en geen opusnummers met
aantallen bundels. In het algemeen mag je in dit laag landje niet te
gecompliceerd in mekaar steken, en verdraagt men niet dat je dubbel- of trippel-
getalenteerd bent. Men veronderstelt op basis van eigen steriliteit dat men
slechts één vak goed kan doen, maar de rijkdom van de uitwisseling en de
doorstraling van de genres ontgaat hen. Een schilder is bovendien minder
verstandig, want sinds bijbelse tijden weegt het gewicht van het woord veel
zwaarder door dan het visuele. Gelukkig is er de intellectueel-criticus zal zijn
werk wel zal duiden. De kern van diverse kunstvormen als muziek, poëzie,
schilder- of beeldhouwkunst is dezelfde: poëzie, de manier waarop die vertaald
wordt in een van die richtingen is een kwestie van aanleg. Het passieve begrip
voor het vermengen van die zaken, zoals horen van kleuren of het zien van
klanken is aanvaard, maar er is ook zoiets als actieve synesthesie, die een
dubbeltalent spontaan bezit. Ik kies niet een welbepaald genre om een inhoud te
uiten, het komt vanzelf, het vindt vanzelf zijn weg verbaal of picturaal. Het
gebeurt spontaan omdat een kunstenaar intuïtief voelt in welke materie, klei,
klank, woord, verf een bepaalde inhoud het meest adequaat vertolkt wordt. Ik
schilder met woorden en ik praat in kleur. Er is een sterke verwevenheid van al
die genres. Ritme, kenmerkend voor muziek, vind je ook in een schilderij en in
een gedicht. Ik denk in beelden, en dat wordt dikwijls aanzien als typisch voor
een schildersoog. Het compositorisch element, dat vorm en opbouw van een doek
ondersteunt, is ook in een gedicht aan de orde enzovoort. Die verhouding van
woord / beeld is bijzonder moeilijk te verklaren.
Wie zijn uw muzen, en door wie hebt u zich laten inspireren?
In de beeldende kunst heb ik wel enkele figuren naar wie ik opgekeken heb. Ik bewonder Van Gogh, Albers, de pantheïst Monet, Kandinsky, Berlinde de Bruycker, Brancusi, Jan Dries. In de literatuur heb ik een zwak voor Martinus Nijhof, Achterberg, Kopland, Raoul Hausmann. En vele anderen. Maar meestal sluit ik mijn ogen, omdat ik vrees door hen besmet te worden, in mijn onderbewustzijn materiaal op te slaan dat vroeg of laat in mijn werk opduikt. Ik hou niet van plagiaat ook al krijgt het een andere betekenis door het in een andere context te plaatsen. Ik denk dat je als kunstenaar een eigen stem moet hebben en op je eigen bescheiden wijze een expressiemiddel moet aanbrengen om de (materiële of geestelijke) realiteit gestalte te geven. Een kunstenaar is een magiër, een alchemist die zijn eigen scheikunde heeft, op zijn eigen wijze naar goud zoekt. De muze van de schilderkunst fluistert mij thema's in als: licht, kleur, tijd, ruimte, het sublieme; de lyrische muze blaast mijn sociale en politieke bewogenheid aan, inspireert tot het spirituele. De natuur, het verlangen naar het paradijs, de kindertijd en vele andere kleuren tonen ze mij in hun regenboog. Ze moeten het onder elkaar maar uitvechten wie van beide materiaal voor visuele poëzie, beeldpoëmen, sculptoons en varianten aanbrengt.
Een heel andere vraag: bestaat er voor u als Vlaams en Antwerps dichter een typische, herkenbare Nederlandse poëzie met een eigen idioom?
Er is een verschil tussen "Vlaams" Nederlands en "Hollands"
Nederlands. Deze verschillen komen voort uit de volksaard: de Angelsaksisch
gerichte, van Calvinisme doordrenkte Nederlanders schrijven / praten anders dan
de Bourgondische, katholieke, Romaans georiënteerde Zuiderburen. Ik druk het met
een boutade uit: Nederlanders gebruiken dezelfde woorden om er iets anders mee
te zeggen. Een Nederlander springt slordiger om met de schrijfwijze en de
uitspraak van zijn taal. Waarom ook niet, het kan geen kwaad: hij wordt in niets
bedreigd. Een Vlaming heeft een taalstrijd moeten leveren, is gefocust op zijn
taal en gaat emotioneler met deze "moedertaal"om. De Antwerpse componist Peter
Benoit schreef een heerlijk lied daarover op een tekst van Julius Sabbe.
Ondenkbaar in Holland. De emotionele droogte, het houterig gehark, het
koopmanachtige "minder is meer" irriteren een soepeler Latijns oor. Voor een
Vlaming is poëzie meer een stuk van het leven zelf, dan een stukje vakmanschap;
het is iets waarin je je ziel legt. Mensen als Barnard en Pfeijffer bewijzen met
hun belerend toontje dat ze niets begrijpen van de instelling en de mentaliteit
van het volkje onder de grens van 1830. Een tweede Belgische revolutie dringt
zich trouwens op. De Vlaamse literaire markt is door de Nederlandse
weggeconcurreerd. Nederlandse boekhandels bepalen hoe wij moeten praten en dus
denken en voelen. Hoelang verdragen de Vlaamse auteurs nog die vorm van
intellectueel kolonialisme, waarvan Willem van Oranje reeds blijk gaf in 1815?
Ik ken er een antwoord op, dat tot de traditie van de Vlaamse beweging hoort
(die preekte: "Vlaming zijn om Europeeër te worden"): "geen Vlaams
geen centen."
Welke betekenis heeft voor u de ‘vorm’ van een gedicht, en welke rol speelt zij binnen de techniek van het dichten?
De vorm is heel belangrijk en tegelijkertijd bijkomstig.
Een gedicht is maar poëzie door zijn taligheid, maar die mag niet ontaarden in
verbale acrobatiek, circusnummertjes om de mooie pirouette. Inhoud primeert op
de vorm. Uiteindelijk moet een kunstwerk een lustgevoel geven (dat mag heel
verfijnd intellectueel zijn). Ik krijg tranen in de ogen wanneer ik hoor beweren
dat de vorm van een gedicht moet aangepast zijn aan de inhoud. De kaligrammen
van Apolinaire waren een vondst, meer niet, een vinding. Maar elk goed gedicht
is een uitvinding omdat het op de meest adequate manier de inhoud gestalte
geeft, en die communiceert aan een lezer. Hoe kort zou een gedicht over een
ééndagsvlieg wel moeten zijn en wat een stapel papier er nodig is om het heelal
onder woorden te brengen! Het heelal kun je reduceren tot enkele woorden en over
de eendagsvlieg kun je boeken volschrijven. De stijl, en wát gezegd wordt, is
mogelijk van belang. Ik hanteer een vrij opvallend schema van vier maal vier
kwatrijnen. Het komt uit mijn chansonperiode: in een song moet je in dezelfde
vorm, strofe en refrein, in hetzelfde ritme en liefst rijmend op drie minuten je
compositie afwerken. In de schilderkunst gebruikt bijvoorbeeld een Van Gogh
meestal hetzelfde formaat van doek. Niemand die er lastig om doet, die erop let.
Wanneer een beeldhouwer uit een zelfde formaat van marmerblokken sculpturen
kapt, is er niemand die de hoogte van de figuren gaat nameten. Ik wil maar
zeggen dat vorm en formaat weinig ter zake doen. Mijn vier maal vier kwatrijnen
zie je niet meer, de vorm wordt als het ware opgeheven zodat de inhoud die
daarbinnen woedt volop tot zijn recht komt. Een serie van gelijke formaten geeft
ook een harmonisch gevoel waarbij ik me goed voel.
Men noemt uw werk, ik citeer vrijelijk, ‘elementair’ en ‘existentieel’,
waarbij grif gebruik wordt gemaakt van beeld en metaforen. Bij mij als lezer
roepen deze weemoed en herinnering op. Volgens Rutger Kopland zijn dit de
sleutelmechanismen die in elke kunst momenten van ontroering scheppen. Goede
poëzie brengt iets in herinnering waarvan wij ons tevoren niet bewust waren,
iets dat diep in ons brein ligt opgeslagen. Daarmee 'herinnert zij ons aan het
onbekende'.
Ik moest hierbij onwillekeurig denken toen ik uw gedicht ‘Vaderhuis’, dat
ik een prachtig gedicht vind, las: “… stemmen achter het behang, de goede
koude tijd” en “foto's met altijd open ogen. plafonds, hoog als
hoofdletters”. Kunt u zich in die lezing vinden?
Een gedicht moet raken, beroeren, strelen, kwetsen, shockeren, ontroeren, in relatie treden tot de lezer. In een gedicht zou een resonantiemoment moeten steken: de dichter zingt en in de piano gaan snaren meetrillen. De dichter moet dus spreken vanuit een "universeel ik". Ik weet precies wat ik wil zeggen, en tracht die inhoud te verduidelijken, niet te maskeren. Het "ik zoek niet, maar ik vind" (Picasso) is dus niet van toepassing op mijn poëzie, wel "ik zoek en vind". Heel wat poëzie vertrekt vanuit de andere kant, het onderbewuste en put daar zijn beelden. Ik hou absoluut niet van surrealisme, vind het een goedkope manier om circus te maken. Ze vergroot de vervreemding. Een gedicht moet de inhoud dichter bij de lezer brengen, op een dieper niveau dan het rationele, dan de woordenboektaal. Dit kan via beeld, vergelijking, metafoor, symbool en andere technieken, die reeds lang bekend zijn in godsdienst en magie. Ze springen bij waar woorden tekort schieten om te duiden. De woorden moeten een emotionele efficiëntie hebben: ze moeten de inhoud tastbaar, aanvoelbaar maken. In deze poëzievisie wordt het woord niet gezien als verduisterende fumisterie, rodeo-creativiteit in het wilde weg, maar als verhelderend element en contactmiddel. Vormexperimenten zijn dus bijkomstig, slechts showelementen. In mijn poëtica is bijna alles op herinnering gebaseerd. Herinnering bestaat uit persoonlijke ervaring of tenminste toch empathie. Ontroering is één facet van de beroering die poëzie moet teweeg brengen. Ze legt de ondergrondse aders bloot waaruit de zichtbare bron ontspringt, creëert ondanks de onmacht van de taal een band. Akkoord dus met dit oecumenische, revelerende, die melancholie die de echo is van een volmaakter wereld.
“Meneer Meekers, ik wil u heel hartelijk danken voor dit interview.”
© Peter W.J. Brouwer
Dit artikel verscheen op Landelijke
Gedichtendag, 26 januari 2006 op www.peter-brouwer.com
De auteurs, alle teksten zijn auteursrechtelijk beschermd. Er mag niets worden
overgenomen zonder voorafgaande toestemming van de desbetreffende auteur.
Belangrijkste publicaties van Mark Meekers:
1958 Grenslijn van Verveling / 1983 Bladspiegels, flinterverzen / 1984
Verrukkelijk Vergankelijk / 1984 Wat blijft er nog na woorden? / 1986 Kleine
hartkamersuite (herdruk) / 1987 Een druppel licht, flinterverzen / 1988
Ongeneeslijk Feest / 1990 Een schot in de zon / 1992 Asiel in Niemandsland
(roman) / 1993 Een steenworp in de tijd / 1995 Spiegelschrift / 1995 O!
Flinterverzen / 1996 Een wijze van zien, een wijze van zijn, (livre d'artiste) /
1999 Feesten van Licht / 2002 Paradijskoorts, 2005 Een adem van brons / Un
souffle d'airain
Over Mark Meekers verschenen de volgende publicaties:
2005
- Ivo A. Dekoning, art.: Mark Meekers, in: Schrijvend over Leuven, een
poging tot bio-bibliografische inventarisatie van creatief schrijvend en
geschreven Leuven, uitg.: Bibliotheek Tweebronnen, Erfgoedcel Leuven, Uitgeverij
P, p. 76-78, foto en p. 213, 232
- W. Menheer, art.: "Een adem van brons" ("Un souffle d'airain"), in: Verba,
jg.9, nr.4, september- december 2005 - januari 2006, p. 7-8
- art.: Mark Meekers, in: Stemmen, project Bibliotheek Permeke Antwerpen,
uitgave: Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, Wilrijk, 2005, p. 13
- Johan Van Cauwenberge, art.: Een adem van brons / Un souffle d' airain,
introductietekst, O.B.Tweebronnen, Leuven, 2005
- AP., art.: Literaire prijsuitreiking, in: Passe-Partout, nr. 17, deel 1, 27
april-03 mei 2005, p. 5, foto
- art.: "Domweg gelukkig in de Dapperstraat", in: Parmentier, literair
tijdschrift, jg. 14, nr. 3-4, november 2005, p. 6 en p. 125
- MVS/foto krl, art.: Wel is altijd vrijwilligerswerk gebleven, in: De
Streekkrant, 28 april-4 mei 2005, p. 2, foto
- art.: Leuvense schrijvers vereeuwigd, in: Passe-Partout, editie Leuven, nr.
17, deel 2, april 2005, p. 5, foto
2004
- art.: De Poëzieprijs van het Masereelfonds, in: Korte Berichten, in: De
Auteur, driemaandelijks tijdschrift, maart-juni-september-december 2004, nr. 4,
p. 8
- art.: Mark Meekers, in: Poëziewedstrijd 2003-2004, uitg.: Stadsbestuur
Oostende, 2004, p. 28-29, foto
- art.: Poëzieprijs, Mark Meekers, in: De Zondag, 5 september 2004, p. 15
- F. Van Campenhout, art.: Het literaire leven in en om Vlaams-Brabant, in:
Verba, jg. 8, nr. 1, februari-april 2004, p. 3-4
- Dirk Hanssens, art.: Paradijskoorts, beschouwingen bij de gelijknamige bundel
van Mark Meekers, in: Concept, multicultureel literair tijdschrift, jg 16, nr.
4, december 2004, p. 281-290, 2 ill.
2003
- art.: In de schijnwerpers : Mark Meekers, in: Verba, driemaandelijks
tijdschrift van de Vereniging van Vlaams- Brabantse Auteurs, jg. 7, nr. 1,
februari-april 2003, kaft en p. 1, tekst en foto
- Wim Menheer, art.: Mark Meekers, Een levensfeest in licht en woord, in: Verba,
driemaandelijks tijdschrift van de Vereniging van Vlaams- Brabantse Auteurs, jg.
7, nr. 1, februari-april 2003, p. 17-20
- Kunsredaksie, art.: Digters praat teen oorlog, in: Die Burger, Ons nuwe
koerant vir 'n nuwe wêreld, 09/02/2003
- SL., art.: Boontje kent poëzieprijzen toe, in: Tweemaandelijks tijdschrift
Culturele Centrale Boontje, jg. 13, 2003, extra-editie, foto
- Almar van de Schalk, over: 'Voorbij', gedichten, diverse auteurs,
samenstelling Mark Meekers, diverse auteurs, Mengmettaal, Leuven 2003, 28 p.,
in: Concept, multicultureel literair tijdschrift, jg. 18, nr. 2, mei 2004, p.
155
- art.: Mark Meekers, in: Persmap, Schrijverskaravaan, Boekenbeurs 2003, uitg.:
Creatief Schrijven, 2003, P. 7
- Hilde Velghe, art.: Ontmoeting met Mark Meekers in Ieper dinsdag 17 december
2002, in: Ambrozijn, driemaandelijks artistiek tijdschrift, jg. 20, nr. 4,
2002-2003, p. 21-23
- Romain Vinckier, art.: De trog en nog, in: Ambrozijn, driemaandelijks
artistiek tijdschrift, jg. 20, nr. 4, 2002- 2003, p. 23
- Paul Durnez, art.: Dinsdag 17 december 2002, een impressie, in: Ambrozijn,
driemaandelijks artistiek tijdschrift, jg. 20, nr. 4, 2002-2003, p. 12-13
- Eddy Dewilde, art.: Het onvermogen van een mathematisch denkende loper, in:
Ambrozijn, driemaandelijks artistiek tijdschrift, jg. 20, nr. 4, 2002-2003, p.
11-12
- M. Vandendorpe, art.: Gedichten als fakkels op papier geworsteld, in:
Ambrozijn, driemaandelijks artistiek tijdschrift, jg. 20, nr. 4, 2002-2003, p.
17-30
- Jacob Baert, art.: Ambrozijn twintig jaar in boosheid gedragen, in: Ambrozijn,
driemaandelijks artistiek tijdschrift, jg. 20, nr. 4, 2002-2003, p. 5-9, ill. p.
10, foto
2002
- Dirk Hanssens, Paradijskoorts, beschouwingen bij de gelijknamige bundel van
Mark Meekers, in Concept, jg. 16, nr. 4, december 2002, p. 281-290, 2 ill.
- W. Thijs, art.: Mijn pen staet roereloos, in: Jakob Smits, driemaandelijks
tijdschrift, juni 2002, p. 39
- Rob de Vos, art.: Guur schreeuwend om licht, interview met Mark Meekers, in:
Meander, literaire e-magazine, zaterdag 25 mei 2002
- Jacob Baert, art.: Mark groet Paul, eilanden van licht en puurheid, in:
Ambrozijn, driemaandelijks artistiek tijdschrift, jg. 20, nr. 2, 2002-2003, p.
23-31
- Bert Bevers, art.: Mark Meekers, in: De Houten gong, tijdschrift voor poëzie,
nr. 13, september 2002, p. 19 met foto
- Joop Leibbrand, art.: Recensies (o.a. over Paradijskoorts van Mark Meekers),
in: Meander, literair e-zine, aflevering 203, 22 december 2002
- Paradijskoorts van Mark Meekers, (recensie) in: Schoon Schip,
literair-cultureel tijdschrift voor Nederland en Vlaanderen, jg. 1, nr. 3, 2002
- Hugo Verstraeten, art.: Paradijskoorts, in: Stroom, e-magazine, jg. 2, nr. 4,
maart 2002
- Rob de Vos, art.: Guur schreeuwend om licht, interview met Mark Meekers, in:
Meander, MoZ 188, zat. 25 mei 2002
- Marc de Vriese, Mark Meekers, dichter-auteur-plastisch kunstenaar, in:
Informatief Maandblad, De Gulden Spoor, jg. 13, nr. 99, februari 2002, p. 1-2
ill.
2001
- Marcel Van Nieuwenborgh, art.: Lettertjessoep met laurierbladeren, literaire
prijzen in kaart gebracht, in: De Standaard, 30 augustus 2001, p. 20 met foto
- art.: Het goud van de Vlaamse letteren, in: Poëziekrant, jg. 25, maart-april
2001, wedstrijden
- art.: Poëzieprijs, in: De Zondag, 16 september 2001, p. 15 met foto
- art.: Marcel, de prijsbeest, in: Passe-Partout, nr. 40 b, 3 october 2001, p. 3
- Brederode, art.: Mark Meekers wint Poëzieprijs Merendree 2001, in: 't
Pallieterke, 5 september 2001, p. 15
- H. Verstraeten, art.: Mark Meekers, in: Dighter, driemaandelijks literaire
uitgave van het gelijknamige collectief, jg. 2, nr. 4, 2001, p. 12-13
- C.T.E., art.: Jong Talent staat op Basiel de Craene-Poëziedag, in: Het Laatste
Nieuws, 28/08/2001, foto
2000
- F.V.C., art.: Het literair leven in en om Vlaams-Brabant,in: Verba,
driemaandelijks tijdschrift van de Vereniging van Vlaams- Brabantse Auteurs, jg.
4, nr. 4, december 2000, p.
4
- D. de Geest, art.: Feesten van Licht, in: Leesidee, jg. 6, nr. 4, mei 2000, p.
300
- Bert Bevers, art.: Het ruime sop, in: De Houten Gong, tijdschrift voor poëzie,
nr. 5, maart 2000, p. 23
- V. de Raeymaeker, Feesten van Licht: Rembrandt gedichten, in: De Vrijzinnige
Lezer, juli 2000
1999
- I.Stabergh, art.: Mark Meekers, een portret, in: Sabam, driemaandelijks
Sabam-tijdschrift, jg. 5, nr. 19, december 1999, p. 23 met foto
- art.: Entre Nous met . Mark Meekers, in: Lyra, jg. 4, 1999, p. 30
- art.: Leven en werk van beeldhouwster Camille Claudel, 'Een steenworp in de
tijd'. Literaire ontmoeting met dichter-schilder Mark Meekers en Ingrid
Verdonck, uitg.: Verba, Tienen 1999, 7 p.
- art.: Mark Meekers, in: Verba, literair informatief tijdschrift van de
Vereniging van Brabantse Auteurs, jg. 3, nr. 2, mei 1999, p. 5; jg. 3, nr. 2,
mei 1999, p.19; jg. 2, nr. 2, mei 1998, p. 3; jg. 2, nr. 4, december 1998, p. 9;
jg. 1, nr. 3, april 1997, p. 8
- Moris De Smet, Feesten van Licht, in: Concept, multicultureel literair
tijdschrift, jg. 13, nr. 2, mei 1999, p. 94-95
- F. Van Campenhout, art.: Feesten van Licht, in: Verba, driemaandelijks
tijdschrift van de Vereniging van Vlaams- Brabantse Auteurs, jg. 3, nr. 4,
december 1999, p. 6
- Jacob Baert, art.: De geheime code van het licht, in: Ambrozijn,
driemaandelijks artistiek tijdschrift, jg. 17, nr. 3, 1999-2000, p. 19-22
- Johan Van Cauwenberge, art.: Meekers' Kunstkabinet, in: Concept,
multicultureel literair tijdschrift, jg 14, nr. 1, 2000, p. 55-60, 2 ill.
Overige (een selectie)
- art.: Apollo Poëzie Prijs 1998, Mark Meekers, in: Lyra special, jg. 4,
februari 1999, p. 17-20, kleurenill.
- art.: Plastisch kunstenaar Marcel Rademakers literair actief als Mark Meekers,
in: Wegwijzer Opendeurdag PHL departement Gezondheidszorg, brochure, Hasselt,
1999, p. 11-12
- Moris De Smet, art.: Mark Meekers: "Spiegelschrift", in: Concept, jg. 10, nr.
1, februari 1996, p. 56-59
- art.: Mark Meekers (Marcel Rademakers), in: Tonesetter, uitg.: V.K.H. Torhout,
1996, nr. 2, p. 4-6
- Fernand Bonneure, art.: Mark Meekers, Spiegelschrift, in: Vlaanderen,
tweemaandelijks Tijdschrift, jg. 45, nr. 3, mei-juni 1996, p. 191
- Karel Van Dinter, art.: Meekers, Mark: Spiegelschrift, een tegengif voor
onverschilligheid, De Vrijzinnige Lezer, 1996, p. 76
- Mark Naessens, art.: Mark Meekers 'Spiegelschrift', introductietekst, Romaanse
Poort, Leuven, 1995, 3 p.
- Luuk Rademakers, art.: En onze winnaar krijgt...De prijsvogels van onze
Vlaamse poëzie, in: Het Belang van Limburg, zaterdag 7 en zondag 8 november
1992, ill.
- N. Kuppens, Zefier, Tijdschrift voor literatuur en niet verbale-kunst,
(1985-1989), licentiaatsverhandeling K.U.Leuven, 1994, p. 1, 4, 12, 13, 15,
17,18, 24, 25, 27, 28, 30, 31, 32, 40, 41, 58, 59, 64, 65, 66, 72, 76, 78, 92,
104, 105
- Rigo Mathijs, art.: Meest bekroonde kunstenaar, Mark Meekers barst van
creativiteit, in: Gazet van Antwerpen, vrijdag 10 maart 1989, p. 28, kol. 1-8, 3
ill.
- K. Sergen, art.: Eerder sterf ik aan het hardhandige leven, in: Randschrift,
1988, 5 pp.
- art.: Marcel Rademakers: het Verrukkkelijke Licht, in: Universal Art Vision,
driemaandelijks tijdschrift over kunst & Ekonomie, nr. 1, 1989, p. 4
- art.: Marcel Rademakers, in: Zefier, jg. 4, nr. 16, p. 37-38
- art.: Mark Meekers, in: Kunstecho's, 1986, nr. 6, p. 38, 40, 43, 47
- art.: Marcel Rademakers / Mark Meekers, in: Poëzie in beeld / Poésie et Image
/ Poetry and Image, II. Het Verbeelde Woord / Le Mot Image / The Visualised
Word, uitg.: Europese Reeks, Leuvense Cahiers, nr. 83, Leuvense Schrijversaktie,
Leuven, 1988, p. 245-247, foto.
- Luuk Rademakers, art.: De artistieke Unio Mystica of de participatie in de
poëzie van Mark Meekers, in: Randschrift, jg. 4, maart-april, 1988, p. 29-31
- art.: Mark Meekers. Palmares, in: Ambrozijn, 1985, p. 16-17, foto
© Peter W.J. Brouwer 2004-2007
design: Marco Kalnenek