|
|
ONEINDIG TRAAG
Hoor hoe uit voetstappen
haar smalle voeten zich maken
zie haar dieper, kleiner gaan
een uur verglijdt
een dag voorbij
vanaf de heuvel loopt
alles traag, zie het
najaar in de bossen worden
de verre regen in haar haar
de kou in haar rug
drijven, tranen in haar
varen
denkend aan de
lege straten in haar ogen
zie haar
in het gewemel van steeds
meer kleinere vakjes
gaan, en onder je
veel minder verheven
ronduit pietluttig
de stad ontstaan
schud je hoofd
wil niet begrijpen
loop dan naar buiten
daar spoelt november
straat na straat, wat later komt
een nieuwe lente zonder bruid
krijgt juli
een vlinder in haar oog
een hit op zijn oren
en volgt er weer een nieuwe oogst
de ronding van een neus en mond
raken kleuren gaar
ganzen de horizon
wordt zij afwezig
hinderlijk na ieder woord
waar je je oor
te luisteren legt
zie de feiten, kijk haar aan
von Kopf bis Fuß
oneindig traag
zo gaat een jaar
gaat zij,
een meter zeventig in de tijd
© Peter W.J. Brouwer |