LANDDIEREN
Alle begin was moeilijk.
Nauwelijks ontsnapt in
een vlucht nergens heen
de ogen nog warm,
mezelf verdwaald.
Geen vogel met jou te mogen zijn
maar zwaar, zo zwaar aan de grond
zullen we landdieren zijn gebleken,
stram en schuw in onze huizen
hunkerend naar een plek
waar bakens zonder licht zijn.
Hoor je de merels?
laten we ongedwongen zijn.


